Ademhaling is geen fysiologisch proces

We zien ademhaling vaak puur als een lichamelijke functie. Zuurstof erin, koolstofdioxide eruit. Maar om de adem écht te begrijpen, moeten we veel breder kijken: ademhaling is een psychofysiologisch proces. Het beslaat namelijk verschillende gebieden tegelijkertijd: biomechanisch, biochemisch, psychologisch, emotioneel én gedragsmatig. Je ademhaling weerspiegelt direct hoe jij je verhoudt tot de wereld om je heen en hoe je omgaat met alles wat er in je leven gebeurt. Omdat we onze ademhaling voortdurend (en vaak onbewust) aanpassen aan deze ervaringen, relaties en prikkels, is de manier waarop we ademhalen fundamenteel aangeleerd gedrag.

Om dit te snappen, is het cruciaal om het verschil te zien tussen ademhaling (externe respiratie) en celademhaling (interne respiratie):

– Externe respiratie (mechanica): het gedrag van het verplaatsen van lucht. Dit is kneedbaar en sturen we vaak onbewust aan door wat we voelen of denken.

– Interne respiratie (chemie): het reflexmatige fysiologische proces van pH-regulatie, gaswisseling en energie aanmaak in de cellen.

Gezond ademen betekent dat de mechanica en de chemie met elkaar op één lijn liggen. Maar wanneer we door stress, emoties, interne sensaties of een onveilige omgeving onbewust ons ademgedrag veranderen, corresponderen deze mechanica en chemie niet meer met elkaar. Er ontstaat een disbalans, een disfunctionele ademhaling. Je ademt dan niet meer naar wat je fysiologisch (chemisch) nodig hebt, maar naar wat je jezelf psychologisch hebt aangeleerd om met een situatie om te gaan.

Wat is nu het grote probleem als we ademhaling tóch slechts als een fysiologisch proces blijven zien? We missen de mens erachter en de échte oorzaak. We zien alleen een mechanisch of lichamelijk symptoom en proberen met een techniek de symptomen te verminderen, terwijl we volledig voorbijgaan aan de emoties, de gedragingen en de interactie met de wereld, die dit patroon in stand houden. Pas als we de adem benaderen als een psychofysiologisch proces, kunnen we disfunctionele adempatronen en de bijbehorende symptomen écht bij de wortel aanpakken.